Klinische obductiepathologie 

Bij een klinische obductie, zoals die binnen de DNA samenwerking in de ziekenhuizen wordt verricht, wordt het lichaam van de overledene aan de buitenzijde geïnspecteerd en vervolgens inwendig onderzocht. Bij dit inwendig onderzoek worden de borstholte en buikholte geopend en alle organen onderzocht. Van elk orgaan en van afwijkingen bewaart de patholoog een weefselstukje dat hij na de obductie onder de microscoop onderzoekt (zie histologisch onderzoek).

 

Naast het achterhalen van de juiste diagnose en oorzaak van overlijden heeft de obductie ook een rol bij de opleiding van pathologen en andere klinische specialisten en is het een belangrijk kwaliteitsinstrument voor het ziekenhuis.

Binnen Pathologie-DNA worden klinische obducties verricht- bij natuurlijk overlijden- dat wil zeggen dat er onderzoek wordt gedaan naar ziekten en medische oorzaken voor overlijden. Pathologie-DNA verricht geen forensische obducties. Bij forensische obducties is er sprake van een niet-natuurlijk overlijden en is het lichaam in beslag genomen; forensische obducties worden alleen gedaan door forensisch pathologen.

Kinder- en foetale obducties 

Het kan ook voorkomen dat er obductie wordt verricht op kinderen, pasgeboren baby’s of overleden ongeboren kinderen. Dan kan het niet alleen heel belangrijk zijn voor de ouders om te weten waaraan hun baby of kind is overleden, maar de uitslag van het onderzoek kan ook consequenties hebben voor de ouders bij eventuele volgende zwangerschappen of zelfs voor broertjes of zusjes of andere familieleden als er erfelijke ziekten in het spel zijn. Het onderzoek dat bij deze obducties wordt verricht is vergelijkbaar als bij volwassenen obducties, maar omdat de ziekten en (aangeboren) afwijkingen die bij kinderen voorkomen zo anders zijn, worden deze obducties verricht door pathologen die hierin speciale expertise hebben en (na-)scholing hebben gevolgd. Naast de obductie van baby’s en ongeboren kinderen is het onderzoek van hun placenta (moederkoek) van belangrijke waarde; bij een substantieel deel is de oorzaak van overlijden in de placenta te vinden.

Informeren en toestemming vragen 

Een patholoog kan pas aan de obductie beginnen als hij er zeker van is dat de nabestaanden toestemming hebben gegeven voor de obductie en er sprake is van een natuurlijk overlijden. Het is de taak van de aanvragend huisarts of medisch specialist om toestemming voor obductie te vragen aan de nabestaanden. Door het obductie-aanvraagformulier te ondertekenen geeft deze aan dat er toestemming is verkregen (de nabestaanden hoeven niet zelf te tekenen). Het is belangrijk en tevens de taak van de aanvragend arts, om de nabestaanden op de juiste manier te informeren over welke handelingen er plaatsvinden tijdens de obductie.

Het formulier voor het aanvragen van een obductie kunt u hier downloaden.

 

Meer informatie over de obductie voor aanvragend artsen en voor nabestaanden is aanwezig in de folders:

- Informatie over obductie voor nabestaanden

- Informatie over obductie voor aanvragend artsen

' Handreiking (Niet-)natuurlijke dood Wat moet u weten, wat moet u doen? Versie 1.0, januari 2016'