Pathologie-DNA Refereeravond 

Op dinsdag 13 november werd de halfjaarlijkse refereeravond gehouden in het sfeervolle Residence Rhenen, met deze keer thema’s uit de gynaecopathologie; BVO baarmoederhalskanker en het endometriumcarcinoom.

 

De avond werd geopend door patholoog Karel Kuijpers, waarna moleculair bioloog Dr. Adriaan van den Brule een overzicht hield hoe in grote lijnen de transitie heeft plaatsgevonden van BVO baarmoederhalskanker van oude naar nieuwe stijl met primaire HPV screening. Belangrijkste veranderingen zijn het reduceren van het aantal screeningslab van 40 naar 5 (waaronder Pathologie-DNA, lokatie JBZ), een uniforme HPV-test ( ROCHE), uniforme dunne laag methode en de mogelijkheid van een zelfafnametest. Eerste resultaten laten een hrHPV prevalentie zien van 9% in de uitstrijken en 7% bij de zelfafnametest, waarbij de laatste test wel meer klinisch relevante afwijkingen oplevert.

 

Patholoog Hans van der Linden vervolgde met uitkomsten van de uitstrijken welke in circa 30% cytologische afwijkingen toonden met circa 6% nieuwe doorverwijzingen naar de gynaecoloog. Ook lijkt het erop dat het nieuwe BVO meer hooggradige afwijkingen detecteert. Hij eindigde met aanbevelingen om verder onderzoek te doen , met o.a. triage markers.

 

Dr. Ruud Bekkers, gynaecoloog uit Catharina ziekenhuis, sloot dit onderwerp af met de gevolgen voor de gynaecoloog. Zoals verwacht is het aantal verwijzingen naar de gynaecoloog bijna verdubbeld, in het bijzonder de vrouwen onder de 40 jaar. Ook is er een forse toename van weefselafname/ histologische biopten. Een probleem vormt vooral de groep HPV positief en cytologisch normaal of LSIL; deze groep zorgt voor extra druk in de colposcopie kamer. Extra studies naar testen voor verdere triage zijn nodig.

 

Na een korte pauze hielden Dr. Nout, radiotherapeut, en Dr. Bosse, patholoog, beide uit het LUMC, een gezamenlijke presentatie over het endometriumcarcinoom. Hierin werd teruggekeken naar de diverse PORTEC studies die hebben geleid tot het huidige beleid hoe vrouwen te behandelen na chirurgie voor het endometriumcarcinoom, in het bijzonder de intermediaire risicogroep. Er werd benadrukt dat de patholoog een belangrijke rol speelt hierin, maar dat de reproduceerbaarheid van histologische kenmerken niet heel goed is. Onderzoek in Leiden heeft aangetoond dat endometriumcarcinomen op moleculair niveau zeer heterogeen zijn. Zij stellen een moleculaire classificatie voor in 4 groepen en hebben een prospectief onderzoek in gang gezet ( PORTEC 4) om endometriumcarcinomen op grond van histologische en moleculaire profiel in te delen en te randomiseren voor verschillende behandelingen.

 

De avond werd afgesloten door Karel Kuijpers met speciale dank voor sponsoren.